WOORD VOORAF


Voor de totstandkoming van dit boek hebben o.a. vier preken over de eindtijd, die uitgesproken zijn in de periode van mei tot oktober 1991, als basis gediend.
Enige bewerking hiervan was noodzakelijk, zoals het omzetten van spreektaal in schrijftaal.
Eveneens was het wenselijk hier en daar enige literatuurverwijzing toe te voegen om een en ander te verduidelijken. Met name in hoofdstuk 3 is dit wat uitgebreider gebeurd dan in de andere hoofdstukken.

Het slotwoord van dit introductieboek van de Sjofar-serie, die in totaal uit zeven delen zal bestaan, is tevens een dankbetuiging aan de groep gelovigen, die mij in de bijzondere weg die ik moest gaan, jarenlang heeft gedragen en gesteund.

De Sjofar-serie zal bestaan uit:

1. - De man met de kruik

2. - De zeven Sjofarim in de Apocalyps

3. - De beker van Jozef

4. - De volheid der heidenen

5. - Het moment-suprême

6. - De Eliaanse bruidswerving

7. - Het stierkalf verpulverd

A.A. LEENHOUTS
december 1991

INLEIDING


Het mysterie Israëls

Bij het overzien van de weg waarlangs het joodse volk bijna tweeduizend jaar lang moest gaan, vallen alle duimstokken en graadmeters mij uit handen. Het is een té groot gebeuren om in te passen in menselijke analyses.
Met de donkere kant van het "mysterie Israëls" werd ik al ongeveer vijftig jaar geleden geconfronteerd.
In het dorp Vlagtwedde, waar ik predikant was, werden de Joden opgehaald en samengedreven in het "Gebouw van christelijke belangen".
Hoe bestaat het!
"Christelijke belangen" - ligt daar een symboliek in?
Ik voelde mij gedrongen daar naar binnen te gaan om afscheid te nemen van deze eerzame, eenvoudige burgers.
Daar aangekomen bij de ingang stonden met stenguns gewapende fascisten op wacht. "Wilt u ook naar Polen, dominee?", vroeg één van deze mannen mij. Ik antwoordde: "Neen, maar zijn deze mensen hier binnen gevangenen?" Hij bevestigde dit, waarop ik antwoordde: "Christus gebiedt mij gevangenen te bezoeken", en ging zonder toestemming te vragen naar binnen.
Wat ik daar aantrof?
Onbeschrijfelijk!
Een joodse moeder legde haar baby op de vloer, keek mij aan en vroeg: "Kunt u mij zeggen, dominee, waarom dit gebeurt?"
In haar ogen las ik helse smart. Hevige ontroering kneep mij de keel dicht. Inderdaad
- alle duimstokken en graadmeters vielen uit mijn handen. Het was alsof ik door een kleine patrijspoort een blik moest werpen op de woeste, allesverslindende, genadeloze zee van de holocaust.
Ik was innerlijk totaal verpletterd.
Met een laatste groet en de wens voor allen daar, dat wij elkander zouden terugzien in het nieuwe Jeruzalem, nam ik afscheid.
Direct daarop moest ik voorgaan in de dienst van de "dankdag voor het gewas". Ik had me voorgenomen als tekst te nemen voor de preek Jeremia 31:35 en 36:

- "Zo zegt de Here, die de zon overdag tot een licht geeft, die de maan en de sterren verordent tot een licht des nachts, die de zee opzweept, dat haar golven bruisen, wiens naam is Here der heerscharen: Als deze verordeningen voor mijn ogen zullen wankelen, luidt het woord des Heren, dan zal ook het nageslacht van Israël ophouden al de dagen een volk te zijn voor mijn ogen." -

Maar ik kreeg de inhoud van deze tekst rationeel niet meer in harmonie met wat ik pas had meegemaakt. Ik vroeg mijn kerkeraad om ontheffing van mijn ambtsverplichting ten aanzien van deze dienst. Het werd mij welwillend verleend.
Ogen zag ik, ogen waarin zich een oneindig zielsverdriet weerspiegelde - ik kreeg die aanblik niet meer van mijn netvlies.
Nu ongeveer een halve eeuw later ... eigenlijk nog niet!
"Weet u waarom?", zo klonk de vraag in het "Gebouw voor christelijke belangen".
Belangen, belangen, belangen.
Dit woord echoot nog in mijn geest.
Ik weet dat iedere vergelijking mank gaat. En toch ...
Is het geheel van het kerkendom over de hele wereld wel een zuivere afspiegeling van hetgeen wij zo graag zingen met Psalm 89: "Ik weet hoe het vast gebouw van Uwe gunstbewijzen, naar Uw gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen"? Of lijkt het, met al zijn denominaties, meer op een vergrote uitgave van het "Gebouw van christelijke belangen"? Mocht dan de vraag van deze joodse vrouw, aan mij gesteld, juist midden in dat "Gebouw van christelijke belangen", zo dreunen in alle kathedralen en kerken, dat pilaren en muren ervan trillen, maar dan in combinatie met wat ik zou willen noemen "het oogkontakt" met de slachtoffers van de holocaust.
Dus de vraag: "Weet u waarom dit is?", in combinatie met een wezenlijk oogkontakt.
Moge de Heilige Geest in de komende uiterste wereldcrisis ook mede van deze combinatie een zodanig gebruik maken, dat de kelen van kerkelijke ambtsdragers en gemeenteleden van ontroering en ontzetting dichtgeknepen worden en alleen nog maar de snik doorlaten: "Mea culpa, mea maxima culpa", mijn schuld, mijn zeer grote schuld.
Is dit alles zomaar een ontboezeming?
Neen, want het boek dat u in handen hebt, mag u gerust zien als mijn geestelijk testament. Evenzo de volgende afleveringen.

Geroepen in 1948


U kunt zich intussen wel voorstellen, dat ik zeer verheugd was in 1948, toen de Staat Israël geconstitueerd werd. Gelukkig!
Eindelijk een thuis voor het zwaar beproefde volk. Ook was ik verheugd over de oprichting van de Wereldraad van Kerken.
Eindelijk uitzicht op de opheffing van onze wereldwijde, kerkelijke verdeeldheid. Was onze verdeeldheid niet mede de oorzaak van onze machteloosheid tegenover het gruwelijke fascisme?
De geweldigste incisie echter in mijn leven kwam in 1948. Plotseling werd ik aangesproken in storm en vuur.
Ik geef hier slechts enkele kernwoorden van weer.

- "Ik zal de roep van degenen, die Mij hoonden toen Ik hing in de diepten der hel overnemen in wrake en Elia roepen en Mijn wraak is barmhartig. Mijn Geest brult om Elia." -

De inhoud van de boodschappen voor de diverse kerken en het Jodendom heb ik reeds volledig in vorige publicaties vermeld en deze zullen, wanneer het geheel van deze serie voltooid is, tezamen met dit werk bij de kerken worden ingediend.
Evenzo bij het Jodendom.
Ten aanzien van de Wereldraad van Kerken heb ik in 1948 door de boodschap, komende van de hoogste Troon en begeleid door vele visioenen, moeten zien hoe toen reeds in beginsel de oecumenische beweging de judaskus was van de twintigste eeuw. Een streep werd gehaald door mijn verwachtingspatroon inzake de gewenste eenheid der kerken.
Ten aanzien van het Jodendom heb ik moeten zien hoe dit volk de parallelweg van Jezus moest gaan door de geschiedenis, namelijk, zoals Hij uitgeworpen werd uit Jeruzalem, voortgedreven over de Via Dolorosa, teneinde de plaats van terechtstelling te bereiken, - zo ook het joodse volk dat in het jaar 70 uitgeworpen is uit Jeruzalem, bijna 2000 jaar over de "Via Dolorosa" gejaagd werd,
om uiteindelijk de plaats van een geestelijke terechtstelling te bereiken.
De Staat wordt hun kruis.
Ik schreef dit reeds in 1981 in mijn boek "Wedstrijd der altaren", onder toevoeging van de woorden: - "Deze boodschap, deze aanzegging, wordt neergeschreven in een bewogenheid, die in geen enkel geschrift adequaat kan worden weergegeven." - (pag. 117)
Alzo werd ook in 1948 een streep gehaald door mijn verwachtingspatroon ten aanzien van het joodse volk.
Mijn ouders hebben mij geleerd: De Heilige Schrift is een goudmijn. Stellig zullen velen van mijn collega's deze overtuiging ook hebben. Maar door genoemde religieuze ervaring kwam ik op slag in een andere "schacht" terecht.
Een innerlijke vervreemding ten aanzien van mijn kerkelijke traditie kon niet uitblijven. Een andere optiek was in mijn ziel gebrand.
Natuurlijk heb ik daarna de kerkelijke ontwikkelingen nu al meer dan veertig jaar, tegelijk met de pogingen van het zionisme, intensief gevolgd, maar dan wel vanuit de ingebrande optiek.
Na 1948 las ik de krant anders.
Laat ik slechts een enkel voorbeeld noemen.
In het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 1 november 1991 las ik een arikel van Herman Bleich, onder de kop "Niet vergeten".
Daarin schrijft hij:
- "Gedurende de twee jaar dat de Duitsers Kiev bezetten, werden in Babi Jar naar schatting tweehonderdduizend mensen op gruwelijke wijze vermoord.
Tijdens de Neurenbergse processen tegen Duitse oorlogsmisdadigers werd de werkwijze van de nazi-moordenaars uit de doeken gedaan. Babi Jar was een diep ravijn met steile wanden. De slachtoffers werden gedwongen op de bodem te gaan liggen, gezichten naar beneden, om te worden geëxecuteerd. De volgende groep moest telkens op de vorige gaan liggen. Dertig Duitse massamoordenaars schoten steeds een uur lang met machinegeweren op deze mensen en werden dan afgelost. Zo ging het door tot het donker werd. De volgende ochtend werd het werk hervat.
Kinderen werden vaak levend de diepte ingeslingerd." -

Ik weet wel, hier wordt melding gemaakt van slechts enkele schreden, door het joodse volk afgelegd, op hun "Via Dolorosa".
Inderdaad, dit mag niet vergeten worden!
En op dezelfde opinie-pagina van genoemd weekblad schrijft de joodse journalist G. Philip Mok, onder de kop "Israël aan het kruis":

- "Sessies, waarin Israël aan die kruisvormige tafel in Madrid door de internationale meute is vastgenageld op concessies die uit den boze zijn, wil de joodse staat geen zelfmoord plegen." -

Het is een rake typering. Deze woorden klinken mij als een alarmkreet in de oren. Want, zullen Israëls formidabele militaire macht en nucleaire potentie voldoende tegenwicht kunnen bieden aan de genoemde vastnageling?
Nog eens: Vanuit mijn ingebrande optiek zeg ik "neen".
Door openbaring van Jezus Christus weet ik, dat de laatste tekst van Maleachi en Openbaring 10 in Gods plan identiek zijn. En hoewel Gods slagklare vuist zich verheft boven het hele Midden-Oosten en een banvloek dreigt in de vorm van een nucleaire explosie, toch zegt de Heilige Geest door de mond van Maleachi:
- "Opdat ik niet kome en het land treffe met de ban." -

Doch niet alleen het Midden-Oosten verkeert in een uiterste grenssituatie. Gods geduchte handelingen met het voor de hele mensheid representatieve joodse volk hebben een uitstraling naar alle naties.
Binnen het bestek van deze inleiding slechts een paar voorbeelden.
Onmiddellijk na de holocaust, in 1949, terwijl de bloeddamp van de miljoenen slachtoffers en de rook van de crematoria nog niet was opgetrokken, wordt met gebruikmaking van Gods Naam de "Wiedervereinigung" opgeëist.

Alsof Duitsland met de polsstok van de zogenaamde "genade van de late geboorte" over de enorme bloedplas van zes miljoen Joden plus miljoenen van andere volkeren heen kan springen. Bovendien heeft het een "Endlösung" van het verkoren volk nagestreefd en daarmee rechtstreeks tegen God en Zijn heilsplan gestreden.
"Wiedervereinigung" zònder een radicale bekering is identiek met zelfmoord.
Doch ook Frankrijk met zijn smerige atoomproeven in de Pacific, waardoor paradijselijke eilanden als Mururoa gruwelijk verwoest werden en bewoners als proefdieren misbruikt werden, heeft met zijn verworvenheden aan atoomkennis Israël geholpen op de weg van een seculair zionisme.
Evenzo handelde Amerika door financiële steun aan het seculaire zionisme en door passief gedrag ten aanzien van de Israëlische opbouw van een eigen atoomarsenaal.
Het is alles met elkaar een bouwen in de trant van Hiël.
Over deze typering "Hiël-bouwen" méér in hoofdstuk 3.


De zending van Elia

De zending van Elia kwam niet op een willekeurig moment: Het was Gods strenge reactie op het institutionaliseren van de valse synthese.
God claimde door de vloek van Jozua de puinhopen van Jericho als een blijvend teken, dat Hij deze representatieve eerstelingsstad niet door menselijk geweld, maar in Zijn genade geschonken had en het krachtens Zijn Naam zou blijven bewaren.

- "Te dien tijde deed Jozua deze eed: Vervloekt voor het aangezicht des Heren is de man, die zich opmaakt en deze stad Jericho herbouwt; ten koste van zijn eerstgeborene zal hij haar grondvesten, ten koste van zijn jongste haar poortdeuren inzetten." - (Jozua 6:26)

Evenzo heeft Jezus met Zijn woord in Matthéüs 23:37-39:

- "Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild. Zie, uw huis wordt aan u overgelaten. Want Ik zeg u, gij zult Mij van nu aan niet meer zien, totdat gij zegt: Gezegend Hij, die komt in de naam des Heren!" -

de puinhopen van Jeruzalem geclaimd als het grote Godsteken van de waarachtigheid van Zijn zending.
Wie dit TEKEN veracht kan rekenen op een Karmelgericht!
Werkelijk, dit woord is niet maar de kreet van een eenzame trekvogel over de wildernis der geschiedenis, waarbij de kreet versterft en de vogel verdwijnt uit het zicht. Wie dit denkt vergist zich dodelijk!
Op het Hiël-bouwen volgt onmiddellijk voor de architect Hiël de ondergang van zijn geslacht en voor het volk het zware Karmelgericht.
Zo is het nu weer! Er valt met de woorden van de grote Jozua, Jezus Christus, niet te spotten. Hemel en aarde mogen voorbijgaan, maar Zijn woorden blijven eeuwig geldig. (Matthéüs 24:35)
Wanneer dit tot ons doorgedrongen is, zullen wij ons gereedmaken tot de eschatologische taak der barmhartigheid. (Romeinen 11:31)
Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hen allen barmhartig zou zijn.


De Arabieren

Over de functie van de Arabische volkeren later meer in deel 3 van de Sjofar-serie.
Hier slechts deze opmerking.
Laten wij er vooral goed acht op slaan, dat bij een en hetzelfde bezoek van de Allerhoogste aan Abraham niet alleen de geboorte van Isaäk wordt aangekondigd, maar ook een verhoring inzake Ismaël wordt uitgesproken:

- "En wat Ismaël betreft, Ik heb u verhoord; zie, Ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar doen zijn en uitermate talrijk maken; twaalf vorsten zal hij verwekken, en Ik zal hem tot een groot volk stellen." - (Genesis 17:20)

Twaalf!
Daar ligt ook de symbolische aanduiding in van de relatie tussen hemel en aarde. Drie maal vier. Een functie in de komst van het koninkrijk Gods is ook hun toebedeeld. Over de hele tent van Abraham zal het licht van de Messias opgaan!
Ik eindig deze inleiding met de woorden van Paulus in Romeinen 11:36:

- "Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen." -